Vrijwilligers van FEMA-leden en FMI hebben de Europese mobiliteitstest herhaald die eerder al in 2014 en 2017 werd uitgevoerd. Dit jaar werd de mobiliteitstest gehouden in 6 landen en 10 steden. Met auto's, motorfietsen, bromfietsen, speed-pedelecs, e-bikes, conventionele fietsen en openbaar vervoer werd een route gevolgd van een plaats buiten een stad naar een kantoor in de stad. De tests werden tijdens de ochtendspits uitgevoerd tussen mei en september 2019. In alle 10 steden kwam een motorfiets of motorscooter als eerste op de doellocatie aan, met uitzondering van Nantes (F) waar een korte afstand van 8 kilometer sneller op een fiets werd afgelegd. Ook in Rome was een "scooter" sneller dan de motorfiets, maar daar werd de test afgelegd in de relatief rustige schoolvakantie. In Nederland werd ook getest op een 22 kilometer lang traject van een woning in Hilversum naar het centrum van Utrecht. De motorrijder was binnen 22 minuten op de plaats van bestemming, al vijf minuten later gevolgd door de persoon die het Openbaar Vervoer (trein) gebruikte. De Speed pedelec deed er 43 minuten over, de auto precies even lang en de "gewone" fiets exact een uur. 

Meer dan 70% van de Europese burgers woont volgens FEMA in stedelijke gebieden en het aantal zal naar verwachting de komende decennia toenemen tot meer dan 80%. Dit betekent dat congestie, parkeerproblemen en luchtkwaliteit in de toekomst een groeiend probleem zullen zijn. Veel forensen reizen nog steeds liever in hun auto en brengen veel tijd door in files en op zoek naar parkeerplaatsen. Openbaar vervoer, wandelen en fietsen worden gepromoot door de Europese Unie, nationale overheden en lokale raden als het voorkeursalternatief. Dit is vooral het gevolg van de milieueffecten van auto's, met name auto's die op diesel rijden, in de steden. FEMA doet de test omdat de effecten van een overstap door een forens van auto naar andere vervoerswijzen nooit worden bekeken qua tijd die de forens daarmee zal verliezen of winnen.

Mobility Test 2019 FEMA