5631 kaw banner ninja650 nieuwsmotor

 

Ecstar V1 820x100

SWOV presenteert Onderzoek Verkeersveiligheid motorrijders

SWOV, het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek, heeft de factsheets verkeersveiligheid voor motorrijders geüpdatet en openbaar gemaakt. De Stichting SWOV is sinds 1962 een samenwerkingsverband tussen de ANWB, het Verbond van Verzekeraars, de RAI en het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Samenvatting SWOV op basis van de factsheets:
In Nederland overleden in 2015 47 motorrijders in het verkeer. Het aantal ernstig verkeersgewonden onder motorrijders is sinds 2009, toen het er zo’n 1.300 waren, niet meer betrouwbaar vast te stellen wegens gebrekkige registratie. In Nederland hebben 1,4 miljoen mensen een motorrijbewijs, maar met slechts 656.000 geregistreerde motoren bezit minder dan de helft een motor. Deze motorrijders rijden gemiddeld 1.200 tot 3.400 km per jaar, waardoor de meesten niet echt routine opbouwen. Het risico om in het verkeer te overlijden (per afgelegde afstand) was voor motor­rijders tussen 2010 en 2014 30 keer zo groot als voor auto­mobilisten. Van de overleden motor­rijders in 2015 was bijna 30% tussen 40 en 49 jaar en 98% was man. Van alle ernstige en dodelijke motorongevallen in Nederland is 40% een enkelvoudig ongeval (een ongeval waarbij geen ander verkeersdeelnemer betrokken is). Bij de overige ernstige motorongevallen zijn vooral automobilisten de tegenpartij.

De staat van de motor en van de weg speelt slechts in een klein deel van de motorongevallen een aanwijsbare rol. Het is niet onderzocht hoe groot de rol van snelheid is bij het ontstaan en de impact van motorongevallen in Nederland. Buitenlandse studies suggereren dat snelheid een belangrijker ongevalsfactor is bij motorongevallen dan bij auto-ongevallen. Ook de zichtbaarheid en opvallendheid van motor­rijders speelt een rol in motorongevallen. Fluorescerende kleding en verlichting kan de zichtbaarheid van motor­rijders verbeteren, maar het is vooral het contrast met de omgeving dat de veiligheid van motorrijders vergroot. Ook bij de afloop van motorongevallen speelt kleding een rol. In geval van een motorongeval beschermt de motorhelm en deugdelijke motorkleding de motorrijder tegen verwondingen. In Nederland dragen bijna alle motorrijders een helm en motorkleding.

Om de veiligheid van motorrijders verder te kunnen vergroten wordt de technische/intelligente voertuigontwikkelingen voor de auto met belangstelling gevolgd. Het is echter nog niet eenvoudig om ITS-systemen voor de auto aan de motor aan te passen. Het gebruik van ABS (antiblokkeersysteem) op motoren heeft het aantal motorongevallen waarschijnlijk wel verminderd. Ook educatie kan een positief effect hebben: onderzoek naar de eendaagse voortgezette rijopleiding (VRO) van de Nederlandse motorrijdersvereniging (KNMV) heeft uitgewezen dat deze een positief effect heeft op veilig rijden en gevaarherkenning van motorrijders. Bij het merendeel van de evaluaties van (voortgezette) rijopleidingen voor motorrijders wordt echter geen effect gevonden op ongevalsbetrokkenheid en overtredingen.

Hieronder enkele belangrijk(st)e Facts, de volledige lijst is te lezen op de site van de SWOV.

Hoeveel doden en gewonden vallen er onder motorrijders in Nederland?
In 2015 vielen 47 verkeersdoden onder motor­rijders, dat is 7,6% van het totaal aantal verkeersdoden in Nederland in 2015 (621). Het aantal verkeersdoden onder motorrijders fluctueert (Afbeelding 1), maar over het geheel genomen daalt dit aantal. Over de afgelopen 10 jaar daalde het aantal verkeers­doden onder motorrijders met gemiddeld 4,5% per jaar.
Het is niet bekend hoeveel ernstig verkeersgewonden er in 2015 onder motorrijders zijn gevallen. Dit aantal is namelijk sinds 2009, toen het er zo’n 1.300 waren, niet meer betrouwbaar vast te stellen.

Hoeveel wordt er in Nederland op de motor gereden?
Circa 1,4 miljoen Nederlanders heeft een motorrijbewijs (2016; bron: RDW), maar minder dan de helft daarvan bezit een motor: er zijn 656.000 geregistreerde motoren. Deze motorbezitters rijden gemiddeld 1.200 tot 3.400 km per jaar (uitgaande van resp. 0,8 of 2,2 miljard reizigerskilometer/656.000 motoren). Doordat een motorrijder gemiddeld maar weinig kilometers per jaar rijdt, bouwt hij of zij nauwelijks routine op. In 2016 was bijna 70% van de geregistreerde motoren in Nederland in het bezit van personen tussen 30 en 59 jaar.
In vergelijking met andere Europese landen behoort Nederland tot de middenmoot, wat het bezit van motorfietsen betreft: in 2016 waren er in Nederland bijna 39 motorfietsen per 1.000 inwoners.[ii] Van de Europese landen was in 2012 het motorbezit het grootst in Griekenland met 100 motorfietsen per 1000 inwoners; in Bulgarije was het motorbezit het kleinst met 9 motorfietsen per 1.000 inwoners.

Wat is het risico voor motorrijders in het verkeer in Nederland?
Het risico voor motorrijders om in het verkeer te overlijden of ernstig gewond te raken is groot in vergelijking met andere vervoerswijzen. Per miljard afgelegde kilometers overleden er in Nederland ongeveer 65 motorrijders (periode 2010-2014) en raakten er ongeveer 1.000 ernstig gewond (periode 2005-2009). Het overlijdensrisico is hiermee vergelijkbaar met dat van brom- en snorfietsen en vele malen hoger dan dat van andere vervoerswijzen. Het risico om in het verkeer te overlijden was voor motorrijders tussen 2010 en 2014 30 keer zo groot als voor automobilisten. Het risico van motorrijders om ernstig gewond te raken wordt overstegen door het hoge risico van brom- en snorfietsers. Automobilisten, fietsers en voetgangers lopen minder risico om in het verkeer ernstig gewond te raken.

Welke motorrijders zijn het vaakst betrokken bij ongevallen?
Motorongevallen komen bij sommige groepen vaker voor dan bij andere. Hieronder bespreken we de groepen die het vaakst betrokken zijn bij motorongevallen.

Het merendeel van de omgekomen motorrijders in 2015 was jonger dan 50 jaar (81%). De grootste groep daarvan zijn de 40-49-jarige motorrijders (bijna 30%). Dit is ook relatief gezien hoog; bij alle vervoerswijzen samen valt ‘slechts’ 8% van de verkeersdoden in de leeftijdsgroep 40-49 jaar.

We kunnen het aantal doden onder motorrijders ook afzetten tegen het motorbezit in de verschillende leeftijdsgroepen. Dan valt op dat er vooral bij de beginnende motorrijders (18-24 jaar) onevenredig veel doden vallen (12,8%) in vergelijking met het motorbezit in die leeftijdsgroep (3,1%). Ook onder 25-29-jarige motorrijders vallen relatief veel doden. Motorrijders van 50-59 jaar vormen met 10,6% juist een relatief klein deel, als we dit vergelijken met het motorbezit in deze leeftijds­groep (30,8%).

Overigens is niet duidelijk wat bovenstaande vergelijking zegt over de risico’s van een bepaalde leeftijdsgroep. Het kan goed zijn dat de jongere motorrijders minder vaak zelf een motor bezitten, maar wel rijden (op de motor van een ander). Om iets te kunnen zeggen over risico zouden we het aantal ongevallen moeten afzetten tegen kilometrage per leeftijdsgroep. Helaas is die informatie niet (betrouwbaar) beschikbaar.

Wel zijn er aanwijzingen (uit het buitenland) dat jonge motorrijders, net als jonge automobilisten, een relatief hoog risico hebben; en ook vaker risicogedrag vertonen.

SWOV logo

Bron: SWOV (2017). Motorrijders. SWOV-Factsheet, april 2017. SWOV, Den Haag

Gerelateerde artikelen

Plaats reactie

Beveiligingscode Vernieuwen

  • Pinterest

V Strom 650A 300x250 V2

Ga

Nieuwsmotor 350x100px Nieuwe Collectie SS17

BANNER orangedays 2017 234x300