• Home
  • Motorbranche
  • Europese Unie verlengt verkoop EURO4 motorfietsen wegens corona
Europese Unie verlengt verkoop EURO4 motorfietsen wegens corona

Europese Unie verlengt verkoop EURO4 motorfietsen wegens corona

Het Europees Parlement heeft deze week maatregelen aangekondigd waardoor onverkochte motorfietsen met EURO4 homologatie ook in 2021 nog verkocht mogen worden. Door de motorfabrikanten werd via brancheorganisatie ACEM eerder gemeld dat het door de COVID‑19-pandemie moeilijk zou worden om voor 1 januari 2021 alle voertuigen op kenteken geregistreerd te hebben, omdat vooral in het begin van 2020 een flinke achterstand in de nieuwverkopen is ontstaan. Hierdoor zou het onmogelijk worden de zogenaamde restantvoorraden van alle voertuigen met een EURO4 homologatie in categorie L (waaronder motorfietsen vallen) op te ruimen. Gevolg zou zijn dat de motorfabrikanten met grote aantallen onverkoopbare nieuwemotorfietsen konden blijven zitten. 

Het Europees Parlement heeft nu via een spoedprocedure een artikel 44 Bis aan de bestaande Verordening 168/2013 toegevoegd, waarin de periode van verkoop wordt verlengd. Voorbehoud is wel dat de restantvoorraden gelden niet groter zijn dan het aantal Euro 4-voertuigen van categorie L dat in voorraad werd opgegeven op 15 maart 2020.  Hieronder de verordening met het besluit. 

Wijziging van Verordening (EU) nr. 168/2013 wat betreft specifieke maatregelen voor voertuigen van categorie L uit restantvoorraden naar aanleiding van de uitbraak van COVID-19

Door de COVID‑19-crisis is de toeleveringsketen van kritieke voertuigdelen en onderdelen voor voertuigen van categorie L verstoord en is de vraag naar die voertuigen aanzienlijk gedaald. Dit heeft geleid tot significante vertragingen voor fabrikanten bij het verkopen van hun voorraden van Euro 4-voertuigen die, overeenkomstig bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2), moeten zijn geregistreerd vóór de toepassing van milieustap Euro 5 op 1 januari 2021. Op grond van de voorschriften inzake restantvoorraden van Verordening (EU) nr. 168/2013 mogen fabrikanten een beperkt deel van een voorraad van de voertuigen van categorie L, die niet of niet langer op de markt mogen worden aangeboden vanwege de inwerkingtreding van nieuwe technische voorschriften volgens welke die voertuigen niet zijn goedgekeurd, niet langer op de markt mogen worden aangeboden, op de markt blijven aanbieden, blijven registreren of in het verkeer blijven brengen.

Gezien de verstoring als gevolg van de COVID‑19-crisis is het duidelijk dat de voorschriften inzake restantvoorraden van voertuigen van Verordening (EU) nr. 168/2013 geen geschikt mechanisme vormen om het aantal Euro 4-voertuigen van categorie L dat de fabrikanten nog in voorraad zullen hebben na de toepassing van de milieustap Euro 5. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden als gevolg van de COVID‑19-crisis en om een mogelijke verstoring van de markt te voorkomen, moet Verordening (EU) nr. 168/2013 worden gewijzigd teneinde te voorzien in specifieke maatregelen inzake voertuigen uit restantvoorraden in reactie op de COVID‑19-crisis.

Om ervoor te zorgen dat de toepassing van deze specifieke maatregelen voor restantvoorraden beperkt blijft tot voertuigen die in voorraad waren op het moment van de nationale lockdowns, mag het aantal voertuigen waarvoor deze specifieke maatregelen voor restantvoorraden gelden niet groter zijn dan het aantal Euro 4-voertuigen van categorie L dat in voorraad was op 15 maart 2020.

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de in 2021 van toepassing zijnde voorschriften inzake restantvoorraden van Verordening nr. 168/2013 in reactie op de COVID-19-crisis te wijzigen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

Gezien de urgentie die voortvloeit uit de uitzonderlijke omstandigheden ten gevolge van de COVID‑19-crisis, blijkt het nodig een uitzondering te maken op de periode van acht weken bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het VEU, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Verordening (EU) nr. 168/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, deze verordening moet met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. 

VASTGESTELDE VERORDENING

Artikel 1: Het volgende artikel wordt ingevoegd in hoofdstuk XI van Verordening (EU) nr. 168/2013: Artikel 44 bis:

Verordening (EU) nr. 168/2013, Artikel 44 bis:

Specifieke maatregelen voor voertuigen uit restantvoorraden naar aanleiding van de COVID‑19-pandemie

1. In afwijking van artikel 44, en onder voorbehoud van de leden 2, 3 en 4 van dit artikel, mogen voertuigen die conform zijn met een voertuigtype waarvan de EU-typegoedkeuring ongeldig worden op 1 januari 2021 ingevolge artikel 37, lid 2, onder a), op de markt worden aangeboden, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht als voertuigen uit restantvoorraden tot en met 31 december 2021 .

2. Het aantal voertuigen uit restantvoorraden als bedoeld in lid 1 van dit artikel mag niet groter zijn dan het aantal voertuigen met een EU-typegoedkeuring die ongeldig worden op 1 januari 2021 ingevolge artikel 37, lid 2, onder a), en dat in voorraad was op 15 maart 2020.

3. De fabrikant die wil gebruikmaken van de in lid 1 bedoelde afwijking dient een verzoek in bij de nationale instanties van elke lidstaat waarin de betrokken voertuigen op de markt zullen worden aangeboden, zullen worden geregistreerd of in het verkeer zullen worden gebracht, met vermelding van het aantal voertuigen uit restantvoorraden waarvoor om de in lid 1 bedoelde afwijking wordt verzocht.

De betrokken nationale instantie besluit binnen een maand na de ontvangst van het verzoek of en hoeveel voertuigen uit restantvoorraden op haar grondgebied mogen worden geregistreerd.

4. Op het certificaat van overeenstemming van de voertuigen die uit hoofde van lid 1 in het verkeer zijn gebracht, wordt speciaal vermeld dat deze voertuigen als “2021 - uit restantvoorraad” worden aangemerkt.

5. Uiterlijk op 1 juli 2021 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het aantal voertuigen waarvoor uit hoofde van dit artikel de status van restantvoorraad is toegekend."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.


Share

Laatste Nieuws


© Copyright Motorcentraal

Please enable the javascript to submit this form